Geplaatst door: 
Verhaal

De bouw van een modern station

De tweede helft van de 19e eeuw nam de industrialisatie van ons land een hoge vlucht. De industrialisatie was ook de motor achter de toenemende vraag naar betere en snellere verbindingen. Via het water konden goederen weliswaar massaal vervoerd worden, maar dit nam geruime tijd in beslag. Bovendien waren veel waterwegen in de winter bevroren
waardoor het vervoer stil kwam te liggen.

Vervoer via het spoor leende zich bij uitstek voor een snel vervoer van grote hoeveelheden goederen. De eerste spoorlijnen werden in ons land op particulier initiatief aangelegd, waardoor een versnipperd spoorwegnet ontstond. Het spoorwegnet kreeg meer samenhang nadat in 1860 door bemoeienis van koning Willem I de Wet op de Staatsspoorwegen werd aangenomen.
In 1862 werd het eerste serieuze initiatief geboren om Almelo via het spoor bereikbaar te maken. In dat jaar werd de N.V. Spoorweg Maatschappij Almelo – Salzbergen opgericht. Via deze spoorlijn wilde de Almelose textielfabrikanten op een snelle manier steenkolen vanuit het Duitse Ibbenbüren naar hun fabrieken in Almelo vervoeren. De eerste Almelose spoorlijn werd in oktober 1865 geopend.
Het eerste stationsgebouw was voor die tijd een vrij omvangrijk gebouw. Het was 44 meter lang en 10 meter breed. De constructie van dit grotendeels uit hout bestaande gebouw was echter niet bestand tegen de trillingen die de voorbij denderende stoomtreinen veroorzaakten. In 1883 werd het vervangen door een geheel uit stenen vervaardigd bouwwerk. Bovendien kwamen er spoorverbindingen met Zwolle (1881), Deventer (1888) en Mariënberg (1906) tot stand.
Naast het goederenvervoer werd het vervoer van reizigers een steeds belangrijkere taak van de spoorwegen. Onder druk van het sterk toegenomen aantal reizigers werden vanaf 1950, het laatste jaar voor de elektrificatie, plannen ontwikkeld om te komen tot een geheel nieuw stationsgebouw met een mooi omvangrijk busstation op het voor het station gelegen Stationsplein. Het oude, uit 1883 daterende, gebouw werd niet meer representatief geacht voor de moderne tijd.
De uiteindelijke aanzet tot vernieuwing werd echter gegeven vanuit een tweetal buiten het stationsgebouw gelegen problemen. Dit waren het te kleine voorplein en de ongemakkelijke loopbrug. Door vergroting van het voorplein werd het station gemakkelijker voor autobussen bereikbaar en konden de reizigers snel en comfortabel zonder veel tijdsverlies van het ene vervoermiddel op het andere overstappen.
Uitvoerige studies wezen uit, dat aanleg van een voldoende groot autobusstation met behoud van het oude uit 1883 daterende stationsgebouw niet mogelijk was. Alleen door middel van afbraak van het oude station met een versmalling van het spoorwegemplacement ter plaatse van het autobusstation kon dit denkbeeld gerealiseerd worden. Het nieuwe station diende ten opzichte van het oude gebouw verder naar achteren op te schuiven. 
Ter vergroting van het comfort van de reizigers werd besloten de te kleine loopbrug te vervangen door een bredere voetgangerstunnel onder het station.
Het nieuwe stationsgebouw diende comfortabel en transparant te zijn. Vanaf het voorplein diende de reiziger het spoorwegbedrijf gade te kunnen slaan. Aan de voorzijde werd het nieuwe gebouw voorzien van een rijwegoverkapping, zodat de passagiers vanuit de autobussen en personenwagens droog konden in en uitstappen.
Onder het station kwam een rijwielstalling met een capaciteit van 971 fietsen en 129 brommers evenals een schuilkelder (de koude oorlog was immers in volle gang) voor 100 personen. Het geheel werd bekroond met een uit gewapend beton vervaardigde toren. De toren draagt een uurwerk met neon wijzers en uurtekens.
Ondertussen was het reizigersaanbod sedert het begin van de plannen voor een nieuw stationsgebouw in 1950 explosief gestegen. In 1950 bedroeg het aantal reizigers 5400 per dag tegen 6750 in 1962. Het nieuwe stationsgebouw met vergroot autobusstation bleek dus geen overbodige luxe!
In de zomer van 1961 werd met de bouw van het nieuwe station begonnen. Tot slot werd het door ir. K. van der Gaast ontworpen stationsgebouw op 18 september 1962 door burgemeester mr. J.M. Ravesloot geopend.
Uit deze vernieuwing blijkt, dat Almelo Nicolaas Beets (Hildebrand) serieus nam. Over de spoorwegen schreef de dichter: Maar komt! komt, heerlijke spoorwegen! Daalt als een tralienet neder op onze provinciën!

Reacties