Geplaatst door: 
Verhaal

De laatste executie in Almelo

Auteur: 
Gemeentearchief Almelo

Als wij de berichtgeving van de laatste jaren mogen geloven, lijkt het erop dat de criminaliteit hand over hand toeneemt. Er wordt regelmatig gepleit voor strengere straffen, waarbij nogal eens geroepen wordt dat vroeger alles veiliger was. De vraag die ik me dan stel is, ‘wat verstaan wij onder vroeger?’ Is dat de tijd van onze ouders en grootouders, of kijken we veel verder terug naar ons verleden?

Indien we kijken naar het ‘verre verleden’ blijkt dat een aantal delicten inderdaad zwaarder bestraft werden. Zo werd 200 jaar geleden de diefstal van een kar of stuk gereedschap met enige maanden celstraf bestraft. Deze spullen hadden onze voorouders immers nodig om in hun levensonderhoud. Zonder een goede hamer kon een timmerman zijn werk immers niet meer doen, en was hij letterlijk broodloos. Geweldsmisdrijven werden over het algemeen echter veel minder zwaar bestraft dan tegenwoordig. Zo kreeg bijvoorbeeld een dronken inwoner van Amsterdam die een nachtwaker (soort politieman) tot bloedens toe had geschopt, slechts een geldboete van enkele stuivers. 

Pieperiet

Een (geweld)misdrijf wat echter zeer zwaar bestraft werd was moord met voorbedachten rade. Dit misdrijf kwam in onze regio slechts zeer sporadisch voor. Op 23 juni 1816 werd het lijk van de Almelose procureur mr. Jan Dikkers uit een waterplas ter hoogte van de Braamhaarskamp te Delden opgevist. Vrijwel direct na de vondst van het lijk werd er al een schuldige aangewezen. Enige dagen daarvoor had Dikkers de inboedel van de uit Delden afkomstige failliete timmerman Gerrit Jan Pieperiet in het openbaar verkocht. Dikkers had de zaak zelfs zo hardhandig aangepakt, dat hij de petjes van de zoontjes van Pieperiet van hun hoofden aftrok om deze in het openbaar te verkopen. Nog dezelfde avond ging procureur Dikkers vanuit Delden via de Oude Deldenscheweg richting zijn woonplaats Almelo, waar hij echter nooit aan zou komen. Volgens de overlevering zou Dikkers in de buurt van het Tusveld te Almelo vermoord zijn. Er gingen echter ook geruchten dat hij in de omgeving van de boerderij van Ossenkoppele om het leven was gebracht. Na de moord zou het lijk naar de waterplas nabij de Braamhaarskamp gesleept zijn.

Vonnis

Aldus werd de timmerman Pieperiet als schuldige aangewezen en op het stadhuis van Almelo, waar tevens de gevangenis gehuisvest was, gevangen gezet. Samen met Pieperiet werd ook de Deldense klompenmaker Gerrit Roessing gevangen gezet.
Op 6 november 1817 werd Pieperiet in hoger beroep door de rechtbank te Zwolle schuldig bevonden aan ‘doodslag met voorbedachten rade’, en veroordeeld tot dood door ophanging. De medeverdachte Roessing werd echter vrij gesproken.
De executie van Pieperiet zou op 3 maart 1818 plaats moeten vinden. De executieplaats was de galg tegenover het oude Stadhuis. Kennelijk vreesden de autoriteiten dat het tijdens de executie tot ongeregeldheden zou komen. Op 26 februari 1818 schreef generaal majoor Norman Mac Leod, provinciaal commandant van Overijssel, aan de burgemeester van Almelo dat hij 1 officier en 11 onderofficieren alsmede 12 paarden naar Almelo stuurde, ‘teneinde aldaar op den 3en Maart eerstkomende, bij het houden van crimineele executie tegenwoordig te zijn.’ De troepen arriveerden al op 2 maart om te gevangenis te bewaken. Kennelijk vreesden de autoriteiten dat Pieperiet op het laatste moment uit de gevangenis bevrijd zou worden.

Executie

Een journalist schreef in de Overijsselsche Courant van 6 maart 1818 het volgende over de executie: ‘De executie maakte op de ontzettende menigte aanschouwers, welke van alle oorden waren zamengevloeid, om dit akelige schouwspel, waarvan alhier sedert ruim eene eeuw geen voorbeeld geweest was te zien, den diepsten indruk. Er heerschte eene onbegrijpelijke stilte, en alles is in de volkomenste orde afgelopen. Ik hoop, dat het heilzaam doel, hetwelk met het doel dier executie alhier beoogd is, volkomen zal zijn bereikt en dus de onbedachtzame menigte van het uitvoeren van wandaden, waarvan zij thans de gevolgen hebben kunnen zien, zal worden afgeschrikt.’ De laatste woorden van Pieperiet waren: ‘Ik ben onschuldig.’  Naar achteraf bleek was waarschijnlijk de al eerder genoemde Roessing de hoofddader. Hij zou in een kroeg met Pieperiet borrels gedronken hebben en Pieperiet opgestookt hebben om de procureur Dikkers eens een lesje te leren. Uiteindelijk zou het Roessing geweest zijn die Dikkers de dodelijke klap gegeven had! Na de (criminele) executie van een, waarschijnlijk onschuldig persoon, is er nimmer meer iemand in Almelo terecht gesteld.

*In het gemeentearchief Almelo wordt nog een uit 1813 daterende rekening van de apotheker Boom voor geleverde medicijnen aan de procureur Dikkers als een kostbeer relikwie bewaard.

Reacties

afbeelding van A.Rootveld
Volgens mij was de laatste executie in Almelo die van verzetsheld Henk Hofte begin 1945 op de markt in Almelo.