Geplaatst door: 
Verhaal

De voorgangers van het theaterhotel in Almelo

In Almelo konden de inwoners aanvankelijk voor het bijwonen van een theater- en toneelvoorstellingen op een tweetal plaatsen terecht. Allereerst was er ’t Groenendal aan de Willem de Clerqstraat. ‘t Groenendal was voor veel Almeloërs een begrip. Velen zullen het nog gekend hebben als de uitspanning ’t Joostman. In 1932 brandde het gebouw af. Kort daarna werd het herbouwd door de NV Bierbrouwerij Oranjeboom die het, het ’t Groenendal ging noemen. De zaal van ‘t Groenendal bood ruimte aan 400 personen en de schouwburg aan 650 mensen. (Sportcomplex).

't Joostman

In ’t Groenendal vonden tal van activiteiten plaats. Er werden vergaderingen gehouden, recepties, bruiloften, toneel, cabaret en opera’s. Acht kegelclubs maakten gebruik van twee volautomatische kegelbanen. Enige honderden tennisliefhebbers uit Almelo en verre omstreken maakten gebruik van de acht tennisbanen. De totale oppervlakte van het complex was circa anderhalve hectare. Eind 1969 besloot de raad van Commissarissen van Oranjeboom ‘t Groenendal per 28 april 1970 te sluiten. De reden van het drastische besluit was de drastische stijging van de exploitatiekosten. Hiernaast speelde ook de aanstaande opening van het Cultureel Centrum de Hagen een belangrijke rol bij de sluiting van ’t Groenendal. Verwacht werd dat een aanzienlijk deel van de klandizie van ’t Groenendal naar De Hagen zou verschuiven. 

In de avond van 28 april 1970 werd het laatste toneelstuk opgevoerd. Die avond bracht toneelgroep Globe Tsjechow’s Oom Wanja ten tonele. Dit toneelstuk is een drama vol melancholie, wat goed bij de stemming onder de laatste bezoekers aansloot. In het restaurant werden die avond nog eenmaal 500 kopjes koffie geserveerd. Op 12 en 13 mei 1970 werd de gehele inboedel geveild. De exploitatie van de tennisbanen en kegelbanen werd nog voortgezet door de heren B. Gierveld uit Hellendoorn en J. van Riemsdijk uit Almelo. Enige jaren later werd ’t Groenendal door brand verwoest. Onafhankelijk van ’t Groenendal werden er ook voorstellingen georganiseerd door de zogenaamde Sociëteit die vanaf 1899 haar onderkomen aan de Grotestraat had. Een belangrijk verschil met ’t Groenendal was dat de Sociëteit gesponsord werd door rijke Almelose fabrikanten. ’t Groenendal haalde de exploitatiekosten hoofdzakelijk uit de verkoop van consumpties en de verhuur van zalen en tennisbanen.

Kegelbaan in 't Groenendaal, 1967

In juli 1941 werd de Sociëteit op last van de Duitse bezetter gesloten. Het gebouw en de gehele inventaris werden door de bezetter in beslag genomen. Bij die gelegenheid ging ook het archief van de Sociëteit geheel verloren. Pas na de bevrijding kon de Sociëteit op maandagavond 8 juli 1946 haar poorten weer openen. Vanaf 1950 werden er plannen ontwikkeld de capaciteit van de grote zaal uit te breiden tot 790 plaatsen.

In 1953 werd de mogelijkheid van samenwerking tussen de Sociëteit en ’t Groenendal onderzocht. Zowel ’t Groenendal als de Sociëteit beschikte over een schouwburgzaal. Maar geen van beide zalen voldeed aan de eisen voor een behoorlijke schouwburgexploitatie. Als grootste bezwaar werd het geringe aantal zitplaatsen genoemd. Inmiddels had de Gemeente Almelo in 1956 het initiatief genomen voor de oprichting van de ‘Stichting Cultureel Centrum’ die op termijn een schouwburg zou moeten gaan exploiteren. In 1958 verkocht de Vereeniging Burgersociëteit haar onderkomen aan de Grotestraat voor 156.000 gulden aan de Stichting Cultureel Centrum.

De Stichting Cultureel centrum voerde eveneens overleg met de directie van de Bierbrouwerij Oranjeboom over de aankoop van ’t Groenendal. Uiteindelijk zag de stichting Cultureel centrum vanwege de hoge kosten in 1957 van de aankoop af. Vanaf het begin van de jaren zestig werden plannen ontwikkeld voor een omvangrijke verbouw en uitbreiding van het gebouw van het cultureel centrum (voorheen het gebouw van de Sociëteit). Voor de ontwikkeling van de nieuwe schouwburg werd de Larense architect C.J. Henke aangetrokken. Het bleek voor de architect geen gemakkelijke opdracht te zijn. Hij moest zuinig zijn, hij moest een schouwburg annex concertzaal ontwerpen en hij moest het bestaande cultureel centrum aan die zaal zien te koppelen. De plaats lag bij voorbaat vast: de tuin van het cultureel centrum, waar in een ver verleden openluchtconcerten werden georganiseerd.

Op 31 januari 1968 kon de eerste paal door minister Roolvink de grond ingeslagen worden. De nieuwe schouwburg ‘De Hagen’ kreeg een totale capaciteit van maar liefst 1140 zitplaatsen. Ten slotte werd de nieuwe schouwburg ‘De Hagen’ op maandag 20 september 1970 door de Commissaris van de Koningin jonkheer mr. Dr. O.F.A. van Nispen tot Pannerden geopend.

Reacties

afbeelding van Gerard Olthof
Er waren volgens mij aanvankelijk niet 2 maar 3 lokates waar men terecht kon voor een voorstelling. Op de Bleek had eigenenaar A. Grimme niet alleen Café Schoonzicht ( ook wel Bellevue genoemd ). Hij exploiteerde ook een theaterzaal. Desgewenst kan ik u een foto van een ansichtkaart uit 1904 sturen waar Schoonzicht op staat.