Geplaatst door: 
Verhaal

Het Almelose stoplicht (imago)

Wanneer je buiten onze stad tegen iemand verteld dat je uit Almelo komt krijg je vaak te horen ‘oohh die stad van het stoplicht’. Herman Finkers heeft met zijn theatergrap  ‘stoplicht op rood stoplicht op groen, in Almelo is altijd wat te doen’ de emoties weten los te maken.

Nu rees bij mij de vraag: Wanneer deed het stoplicht, verkeerslicht voor de deskundigen onder ons, in Almelo zijn intrede? Wellicht ligt hierin een verklaring voor het zo bekende
stoplichtimago. De zoektocht leidt ons naar het jaar 1896 toen in ons land de eerste auto opdook. Het fenomeen auto werd al snel populair onder de rijke inwoners, en de gemeenten in ons land begonnen met het vaststellen van maximumsnelheden voor dit ‘snelle’ voertuig. Binnen de bebouwde kom gold een maximum snelheid van 8 kilometer per uur. Buiten de bebouwde kom werd de maximum snelheid op 20 kilometer per uur vastgesteld. Pas in de jaren twintig van de vorige eeuw nam het gemotoriseerde verkeer explosief toe. De steden werden ter regulering van het verkeer gedwongen het verkeer meer en meer te reguleren. Op drukke kruispunten golden geen duidelijke regels. Het was tijdens de spitsuren
vaak wachten geblazen eer je veilig kon oversteken.
Ter regulering van het verkeer werd op 24 juni 1932 op het kruispunt Laan van Meerdervoort – Anna Palownastraat in den Haag het eerste stoplicht in Nederland geplaatst. Dit stoplicht bestond uit 8 neon ringen. Als er 4 groene ringen gloeiden mocht het verkeer door rijden. Wanneer de 4 rode ringen oplichten moest het verkeer stoppen. Aanvankelijk reageerde het publiek nogal onwennig op deze nieuwigheid. Maar de gemeente Den Haag verwachtte dat de gewenningsperiode van korte duur zou zijn.
In onze stad nam het gemotoriseerde verkeer pas na de Tweede Wereldoorlog sterk in omvang toe. In 1946 schreef de Almelose commissaris van politie in een omvangrijk verkeersrapport, dat het wenselijk was ‘automatische verkeerstekens’ bij het Verkeershuis en de Wierdensestraat, hoek Marktplein te plaatsen. Op het betreffende kruispunt was ter regulering van het verkeer tussen 8 en 19 uur doorlopend een verkeersagent geplaatst. Op het kruispunt bij het Verkeershuis werd het verkeer alleen tijdens de spitsuren door een agent geregeld. Wegens het drukke verkeer was de hier gestationeerde agent wegens de grote drukte zelfs een sta-in-de-weg. Om niet omver gereden te worden moest de agent zichzelf regelmatig verplaatsen van de ene kant van de straat naar de andere kant. Om het verkeer meer ruimte te geven stelde de commissaris van politie voor de agent door een stoplicht te vervangen.
Op voorstel van de commissaris van politie en het college van B&W, besloot de gemeenteraad in haar vergadering van 21 januari 1948 tot het plaatsen van stoplichten. De eerste Almelose stoplichten werden geplaatst op de kruispunten Wierdensestraat - Marktplein, op de kruising Marktplein – Grotestraat en Holtjesstraat – Grotestraat. Uiteindelijk werden de eerste stoplichten in 1950 in gebruik genomen.
Evenals tegenwoordig verwachtte men in die jaren wonderen van de techniek. Zoals we zagen kwam het voor dat de verkeersagent van de weg werd geduwd. Van de stoplichten werd nu verwacht dat zij het verkeer wel tot bedaren konden brengen! Dit bleek echter niet het geval. De automatische stoplichten zorgden tijdens de spitsuren voor omvangrijke opstoppingen en werden regelmatig genegeerd. Al spoedig besloot de commissaris van politie de verkeersagent terug te laten keren. Dit keer had de verkeersagent wel een belangrijk hulpmiddel in zijn strijd, namelijk een stoplicht dat hij met de hand kon bedienen!
Almelo was, landelijk bezien, redelijk aan de vroege kant bij het plaatsen van stoplichten. Het stoplichtimago dient dan ook niet als negatief, maar als positief bezien te worden. Zo was het oorspronkelijk ook bedoeld!

Reacties