Geplaatst door: 
Verhaal

Van HBS tot badhuis

Op 29 september 1874 werd de gemeentelijke HBS (Hogere Burgerschool) aan de Hofstraat geopend. De zogenaamde drie jarige HBS was de opvolger van de Latijnse School. Sedert 1863 was de Middelbaar Onderwijswet van kracht, die een goed doordacht systeem van onderwijs creëerde voor een brede laag van de burgerij. Het nieuwe onderwijssysteem moest de leerlingen voorbereiden op een maatschappelijke functie, waarbij vooral gedacht werd aan de handel en het bedrijfsleven.

Vanaf 1863 stelden een groot aantal gemeenteraadsleden van de Stad Almelo pogingen in het werk om een HBS op te richten. Dit was niet verwonderlijk, aangezien het merendeel van de raadsleden van de Stad voortkwam uit de textielindustrie. Zij waren dus gebaat bij een moderne middelbare school. Tijdens de raadsvergadering van 29 januari 1872 werd de
definitieve beslissing genomen tot het stichten van een HBS. Aanvankelijk werd gepoogd een Rijks HBS te stichten, omdat dan het Rijk het grootste gedeelte van de kosten voor haar
rekening zou nemen. Maar diverse reizen en lobbywerk in Den Haag oogsten niet het gewenste effect.
Wel toonde de Minister van onderwijs zich bereid de Gemeente Stad Almelo een subsidie van 5000 gulden per jaar te geven voor de oprichting van een gemeentelijke HBS. In Almelo was echter een aantal inwoners bezorgd over het wegvallen van de klassieke talen. Op 10 januari en 17 februari 1873 behandelde de gemeenteraad brieven van een aantal inwoners waarin gepleit werd, om naast de nieuwe HBS, ook de Latijnse School in stand te houden. In beide vergaderingen werd duidelijk dat de raad niets voelde voor instandhouding van de aan de Prinsenstraat gevestigde Latijnse School.
Ondertussen had de gemeente stad Almelo in januari 1873 een stuk grond aangekocht voor de bouw van de HBS. De nieuwe school voorzag in een duidelijke behoefte. De oude Latijnse School telde in 1973 slechts 25 leerlingen. In 1874 schreven zich 50 jongens en 4 meisjes in. Het leerlingenaantal nam gedurende de loop van de jaren gestaag toe. Het was voor die tijd revolutionair dat ook meisjes vanaf de oprichting toegang tot de nieuwe HBS kregen.
Medio jaren 20 was het leerlingenaantal zo fors toegenomen dat het gebouw aan de Hofstraat te klein werd. In 1926 werd een bouwaanvraag ingediend voor de bouw van een nieuw schoolgebouw aan de Sluiskade NZ.
Het pand aan het Hofstraat bleef echter een onderwijsbestemming houden. Op 2 april 1928 had de gemeenteraad van Almelo besloten een school te stichten voor moeilijk lerende kinderen. De inspecteur van het buitengewoon lageronderwijs, Dr. A. van Voorthuysen, verleende direct al zijn medewerking en zorgde voor financiële steun vanuit het rijk. De eerste verdieping van de voormalige HBS werd verbouwd en ingericht als leslokaal. Op maandag 4 november 1929 opende de school haar deuren voor de eerste leerlingen. De school werd vernoemd naar degene die de financiering mogelijk gemaakt had, nl. Dr. A. van Voorthuysen. Medio jaren 50 kreeg deze school een nieuw onderkomen aan de Winkelsteeg.
Het pand waarin de HBS gevestigd was, kreeg echter vooral bekendheid als het gemeentelijk Badhuis.
De aanzet hiertoe was een brief van de communistische raadsfractie van 28 september 1926. In deze brief stelde de raadsfractie dat de tarieven van het particuliere badhuis, bij de fabriek van Palthe, te hoog waren. De fractie stelde voor om een gemeentelijk volksbadhuis in te richten waar arbeiders zich voor 5 cent gedurende een half uur konden wassen. De gemeenteraad voelde wel wat voor dit voorstel. De verwachting was dat meer hygiëne zou leiden tot minder ziekten. Op 8 december 1927 besloot de raad de benedenverdieping van de voormalige HBS om te bouwen tot badhuis.
Op 1 mei 1930 werd het badhuis in gebruik genomen. De officiële opening door burgemeester en wethouders vond op 3 mei 1930 plaats. Er waren eerste klasse en tweede klasse baden. De prijs van een stortbad eerste klas werd bepaald op 15 cent en die van een stortbad tweede klas op 10 cent per keer.
Er werden aparte openingstijden vastgesteld voor de mannen en vrouwen. Over het algemeen konden vrouwen in de voormiddag in het badhuis terecht terwijl de mannen hier in de namiddag gebruik van konden maken. 

De gemeente stelde ook een badmeester aan die zich moest laten ‘bijstaan door zijne echtgenoote.’  Indien zijn echtgenote verhindert was, was de badmeester verplicht om zich op eigen kosten door een andere vrouwelijke hulp te laten vergezellen!
De badinrichting werd vanaf het begin druk bezocht. In 1931 werden 33377 baden genomen.
In 1946 werd de gescheiden openstelling voor mannen en vrouwen opgeheven omdat er van de zijde van het publiek geen bezwaar bestond, dat mannen en vrouwen gelijktijdig van het badhuis gebruik maakten.
Vanaf begin jaren vijftig liep het bezoek aan het badhuis gestaag terug. In 1950 werden 43598 bezoeken aan het badhuis gebracht. In 1960 was het aantal bezoeken terug gelopen tot 23006. Het sterk terug lopend aantal bezoeken valt te verklaren uit het feit dat de naoorlogse nieuwbouwwoningen werden voorzien van badkamers. De mensen konden dus voortaan thuis een bad nemen. Bovendien werden steeds meer bestaande woningen voorzien van eigen badkamers.
In de nacht van 28 op 29 mei 1966 woedde een hevige brand in het badhuis. Het herstel van de schade werd te kostbaar geacht. In de eerste plaats omdat het pand op termijn afgebroken toch afgebroken zou worden om plaats te maken voor nieuwbouw. En in de tweede plaats omdat er steeds minder van het badhuis gebruik werd gemaakt. De noodzaak om een badhuis in stand te houden was dus komen te vervallen. Op 21 juli 1966 besloot de gemeenteraad tot opheffing en afbraak van het gemeentelijk badhuis aan de Hofstraat. In april 1967 viel het pand ten prooi aan de slopershamer.

Reacties